Nederlanders tanken steeds vaker over de grens
| door Redactie
AMSTERDAM · Nederlandse automobilisten rekenen steeds vaker af bij tankstations in Duitsland en België. In de eerste helft van 2026 steeg het aantal kaartbetalingen bij tankstations in beide buurlanden met 20 procent tot ruim 25 miljoen transacties. De totale waarde daarvan nam zelfs met 32 procent toe tot ongeveer 1,5 miljard euro. Tegelijkertijd daalde het aantal betalingen bij Nederlandse tankstations met 3 procent. Vooral België liet een sterke groei zien, maar in absolute aantallen werd Duitsland het vaakst bezocht. De Nederlandsche Bank kan uit de betaalgegevens niet afleiden waarom Nederlanders vaker over de grens tanken. Het grote prijsverschil met Nederland kan volgens DNB echter een rol spelen.
De nieuwe cijfers van De Nederlandsche Bank laten voor het eerst gedetailleerd zien hoeveel Nederlandse kaarthouders bij tankstations in andere landen betalen. In Duitsland werden in de eerste zes maanden van 2026 14,2 miljoen transacties geregistreerd. Dat is 11 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Met deze betalingen was een bedrag van 872,4 miljoen euro gemoeid. België volgt met 11,3 miljoen transacties en 593,6 miljoen euro. Daar was de groei nog veel sterker. Het aantal betalingen nam met 33 procent toe. Samen waren Duitsland en België daarmee goed voor ruim 25 miljoen transacties bij tankstations, 20 procent meer dan een jaar eerder. De waarde van die betalingen groeide met 32 procent tot ongeveer 1,5 miljard euro. Daarbij is wel een belangrijke kanttekening nodig.
De cijfers laten niet uitsluitend zien hoeveel brandstof Nederlanders in het buitenland hebben gekocht. Ook betalingen voor bijvoorbeeld consumpties in de shop en elektrisch laden worden meegenomen. Bovendien kan DNB uit de transacties niet vaststellen waarom iemand bij een buitenlands tankstation heeft betaald. Reizen en vakanties kunnen eveneens een rol spelen. Toch wijst DNB nadrukkelijk op de grote prijsverschillen. Benzine en diesel waren in Nederland dit jaar volgens de centrale bank in sommige perioden tientallen centen per liter duurder dan in de buurlanden. De ontwikkeling in Nederland zelf verloopt ondertussen in tegengestelde richting. Het aantal transacties bij Nederlandse tankstations daalde in de eerste helft van 2026 met 3 procent tot 187 miljoen. Het daarmee gemoeide bedrag steeg wel met 4 procent tot 6,6 miljard euro.
Prijsverschil loopt op tot tientallen centen
Dat prijsverschil is op 28 september opnieuw duidelijk zichtbaar. UnitedConsumers berekent voor Nederland dagelijks de Gemiddelde Landelijke Adviesprijs op basis van de adviesprijzen van de vijf grootste oliemaatschappijen. Voor Euro95 bedraagt die deze maandag 2,729 euro per liter. Diesel staat op 2,788 euro per liter. De werkelijke prijs aan een individueel Nederlands tankstation kan van deze landelijke adviesprijs afwijken.
Ter vergelijking kost E10 op maandagochtend 28 september om 08.22 uur bij tankstations in Kleve 2,279 euro per liter. Voor E5 ligt de prijs op 2,329 euro en diesel kost 2,389 euro per liter. Vergeleken met de Nederlandse landelijke adviesprijs is E10 daarmee ongeveer 45 cent per liter goedkoper. Zelfs E5, dat in Kleve duurder is dan E10, ligt ongeveer 40 cent onder de Nederlandse adviesprijs voor Euro95. Bij diesel bedraagt het verschil eveneens ongeveer 40 cent per liter. De vergelijking is niet volledig één op één, omdat voor Nederland een landelijke adviesprijs wordt gebruikt en voor Kleve actuele lokale pompprijzen. Toch maakt de momentopname duidelijk hoe groot het prijsverschil momenteel kan zijn.
Ook de cijfers die NU.nl zondag publiceert laten zien hoe groot de verschillen tussen Nederland en de buurlanden zijn. In België gold vrijdag een maximumprijs van 2,058 euro voor een liter benzine, volgens NU.nl 67 cent minder dan in Nederland. Diesel kostte er 2,305 euro per liter en was daarmee 49 cent goedkoper. DNB stelt nadrukkelijk dat uit de betaalgegevens niet kan worden bewezen dat Nederlanders vanwege deze verschillen naar het buitenland rijden. De centrale bank noemt prijsverschillen wel als een voor de hand liggende mogelijke verklaring, naast reisgedrag en andere aankopen bij tankstations.
België groeit sneller, Duitsland blijft groter
Opvallend is vooral de sterke groei van het aantal betalingen in België. Nederlandse kaarthouders rekenden daar in de eerste helft van 2026 11,3 miljoen keer af bij een tankstation. Dat waren 33 procent meer transacties dan een jaar eerder. De totale waarde kwam uit op 593,6 miljoen euro. Duitsland trok in absolute aantallen echter nog meer Nederlandse kaartbetalingen. Daar werden 14,2 miljoen transacties geregistreerd, een stijging van 11 procent. Nederlanders betaalden bij Duitse tankstations in totaal 872,4 miljoen euro.
Ook over een langere periode is in de gegevens van DNB een duidelijke toename zichtbaar. In de eerste helft van 2022 registreerde Duitsland iets meer dan 8 miljoen transacties van Nederlandse kaarthouders bij tankstations. In de eerste helft van 2026 waren dat er 14,2 miljoen. België ging in dezelfde periode van ongeveer 8 miljoen naar 11,3 miljoen transacties. De grafieken van DNB laten daarnaast zien dat de bedragen die in Duitsland worden afgerekend sterk zijn toegenomen. In de eerste helft van 2022 ging het om ongeveer 470 miljoen euro. Vier jaar later is dat 872,4 miljoen euro. Voor België groeide het bedrag in dezelfde vergelijking van ongeveer 460 miljoen naar 593,6 miljoen euro.
Bij de interpretatie van de cijfers speelt het seizoen eveneens een rol. Volgens DNB ligt het aantal betalingen bij buitenlandse tankstations doorgaans in het derde kwartaal hoger. De zomervakantie zorgt ervoor dat Nederlandse kaarthouders dan vaker bij tankstations in andere Europese landen betalen. De stijging die nu voor Duitsland en België wordt gemeld, heeft echter betrekking op een vergelijking van de eerste helft van 2026 met dezelfde periode van 2025.
Nederlandse tankstations zien minder transacties
Terwijl Nederlanders vaker hun kaart gebruiken bij Duitse en Belgische tankstations, nam het aantal transacties in eigen land juist af. Nederlandse tankstations registreerden in de eerste helft van 2026 187 miljoen kaartbetalingen. Dat waren er 3 procent minder dan een jaar eerder. Het uitgegeven bedrag daalde echter niet. Integendeel, de totale waarde van de betalingen steeg met 4 procent tot 6,6 miljard euro. DNB noemt hogere brandstofprijzen als mogelijke verklaring voor die combinatie van minder transacties en een hoger totaalbedrag.
Volgens NU.nl zijn de brandstofprijzen sinds maart sterk gestegen als gevolg van de oorlog in het Midden Oosten. Het medium wijst daarnaast op verschillen in de manier waarop brandstofprijzen in Nederland, België en Duitsland tot stand komen. België werkt met maximumprijzen. In Duitsland liggen de gemiddelde prijzen volgens NU.nl eveneens tientallen centen lager dan in Nederland. Duitsland kondigde deze maand bovendien een accijnsverlaging van 17 cent per liter aan. Van mei tot en met juni gold daar volgens NU.nl al een accijnskorting. Nederlandse pomphouders vrezen volgens het medium hierdoor meer klanten aan Duitsland te verliezen.
UnitedConsumers berekent dat accijns momenteel 31 procent van de Nederlandse benzineprijs en 20 procent van de dieselprijs vormt. Over de prijs inclusief accijns wordt vervolgens 21 procent btw geheven. Volgens het consumentenplatform vertegenwoordigt de btw uiteindelijk 17 procent van de totale pompprijs. De kosten voor de inkoop van olie en raffinage vormen volgens UnitedConsumers het grootste deel van de brandstofprijs.
Tankstations zijn goed voor miljarden aan betalingen
De cijfers maken ook duidelijk hoeveel geld Nederlandse kaarthouders in totaal bij tankstations uitgeven. In de eerste helft van 2026 werd bij tankstations in binnen en buitenland voor 8,5 miljard euro met Nederlandse betaalpassen en creditcards afgerekend. Daarmee vormen tankstations volgens de indeling van DNB de op een na grootste sector gemeten naar de waarde van de kaartbetalingen. Zowel in de eerste helft van 2025 als in die van 2026 ging ongeveer 8 procent van alle kaartuitgaven naar deze categorie.
Alleen supermarkten zijn aanzienlijk groter. Daar werd in de eerste zes maanden van 2026 voor 24,2 miljard euro afgerekend, bijna drie keer zoveel als bij tankstations. Ook bij supermarkten is Duitsland steeds nadrukkelijker zichtbaar in de betaalgegevens. Het aantal betalingen van Nederlandse kaarthouders in Duitse supermarkten is sinds de eerste helft van 2022 met 108 procent gestegen tot 14,5 miljoen transacties.
De cijfers komen uit een nieuwe kwartaalpublicatie van DNB over kaartbetalingen. De centrale bank splitst de betalingen uit naar uitgavencategorie en land. Daarvoor wordt gebruikgemaakt van de zogenoemde Merchant Category Code waarmee betalingen bijvoorbeeld aan tankstations, supermarkten, restaurants en hotels kunnen worden gekoppeld. Het gaat om betalingen met betaalpassen en creditcards die zijn uitgegeven door Nederlandse betaaldienstverleners. Daardoor geven de cijfers een steeds gedetailleerder beeld van waar Nederlandse kaarthouders hun geld uitgeven. Voor tankstations is de ontwikkeling in de eerste helft van 2026 duidelijk: in Nederland waren er minder transacties, terwijl Duitsland en vooral België juist meer Nederlandse kaartbetalingen registreerden.