Brandstof circa 17 cent goedkoper vanaf mei

| door Redactie

Archief | Foto: HOLLAND.guide
Archief | Foto: HOLLAND.guide

BERLIJN · Tijdelijke belastingverlaging op benzine en diesel moet automobilisten en bedrijven in Duitsland de komende maanden ontlasten. De Duitse Bondsdag heeft ingestemd met een tijdelijke verlaging van de energiebelasting op brandstoffen. Daardoor moeten benzine en diesel vanaf 1 mei 2026 ongeveer 17 cent per liter goedkoper worden. De maatregel geldt tot en met 30 juni 2026 en maakt deel uit van een breder pakket om consumenten te helpen bij de sterk gestegen energieprijzen. Volgens de Duitse Bondsdag moet de belastingverlaging leiden tot een merkbare verlichting voor huishoudens, forenzen en bedrijven die afhankelijk zijn van vervoer. In totaal verwacht de overheid dat de maatregel in 2026 leidt tot ongeveer 1,6 miljard euro minder belastinginkomsten.

De Duitse Bondsdag heeft op 24 april 2026 ingestemd met het zogenaamde tweede energiebesparingswetpakket dat voorziet in een tijdelijke verlaging van de energiebelasting op benzine en diesel. Zoals de Duitse Bondsdag meldt, stemden 451 parlementsleden voor het wetsvoorstel, terwijl 134 tegen stemden en één lid zich onthield. Daarmee werd het voorstel van de coalitiefracties van CDU/CSU en SPD aangenomen. De wet bepaalt dat de energiebelasting op brandstoffen tijdelijk wordt verlaagd met 14,04 cent per liter. Door het effect van de omzetbelasting komt de totale prijsverlaging voor consumenten uit op ongeveer 17 cent per liter.

De maatregel geldt voor een beperkte periode van 1 mei tot en met 30 juni 2026. Volgens de toelichting bij het wetsvoorstel moet de belastingverlaging automobilisten, bedrijven en transportsectoren helpen die te maken hebben met sterk gestegen brandstofprijzen. In de parlementaire discussie werd benadrukt dat vooral forenzen, gezinnen en bedrijven in logistiek, landbouw en ambachtelijke sectoren baat moeten hebben bij de maatregel. Tegelijkertijd erkent de regering dat de belastingverlaging tijdelijk het gebruik van fossiele brandstoffen kan stimuleren. Volgens de wetgever vormt dat echter geen gevaar voor de langetermijndoelstellingen voor emissiereductie, omdat de regeling strikt in de tijd is begrensd.

Naast de tijdelijke verlaging van de brandstofbelasting werd ook een tweede maatregel goedgekeurd. Werkgevers mogen hun werknemers namelijk een belastingvrije ontlastingspremie tot maximaal 1.000 euro uitkeren. Deze premie is vrijwillig en kan worden uitgekeerd tot 30 juni 2027. Volgens de Bondsdag moet deze regeling bedrijven de mogelijkheid geven om hun personeel extra te ondersteunen zonder dat daar belasting of sociale premies over moeten worden betaald.

Tijdelijke verlaging van energiebelasting

De kern van de maatregel is de tijdelijke verlaging van de energiebelasting op benzine en diesel. In de parlementaire documenten staat dat de belastingverlaging per liter 14,04 cent bedraagt. Omdat ook de omzetbelasting op brandstoffen wordt berekend over de prijs inclusief energiebelasting, komt de uiteindelijke prijsdaling voor automobilisten uit op ongeveer 17 cent per liter.

Volgens de Duitse Bondsdag betekent deze maatregel dat de overheid in 2026 naar verwachting ongeveer 1,6 miljard euro minder belastinginkomsten ontvangt. De regering ziet dit als een gerichte maatregel om consumenten en bedrijven te ondersteunen tijdens een periode van hoge energieprijzen. In de parlementaire discussie werd erop gewezen dat de prijsstijgingen aan de pomp voor veel huishoudens een zware belasting vormen, vooral voor mensen die afhankelijk zijn van de auto voor woon werkverkeer.

Politieke steun en kritiek

De belastingverlaging werd in het parlement vooral gesteund door de regeringscoalitie van CDU/CSU en SPD. Vertegenwoordigers van de coalitie benadrukten dat de maatregel bedoeld is om burgers en bedrijven snel te ontlasten. Volgens hen profiteren vooral forenzen in landelijke gebieden, gezinnen met lagere inkomens en sectoren zoals logistiek en landbouw.

Tegelijkertijd klonk er kritiek vanuit andere partijen. Sommige oppositiepartijen noemden de belastingverlaging onvoldoende om de hoge brandstofprijzen structureel te verlagen. Anderen bekritiseerden juist dat de maatregel het gebruik van fossiele brandstoffen zou stimuleren. In de parlementaire discussie werd erop gewezen dat zelfs in de toelichting bij het wetsvoorstel wordt erkend dat de belastingverlaging tijdelijk kan leiden tot een hogere vraag naar brandstoffen.

Verwachtingen voor automobilisten

Volgens brancheorganisatie UNITI wordt verwacht dat de belastingverlaging volledig zal worden doorgegeven aan automobilisten zodra de maatregel op 1 mei 2026 ingaat. In een verklaring stelt de organisatie dat een vergelijkbare maatregel in het verleden grotendeels werd doorberekend in de brandstofprijzen. Tegelijkertijd benadrukt de sector dat internationale ontwikkelingen op de energiemarkt de uiteindelijke prijs aan de pomp blijven beïnvloeden.

Dat betekent dat de lagere belasting niet automatisch garandeert dat brandstofprijzen overal en altijd even sterk dalen. Schommelingen op de wereldmarkt voor olie en geopolitieke ontwikkelingen kunnen de prijsontwikkeling blijven beïnvloeden. Voor automobilisten betekent dit dat de daadwerkelijke prijs aan de pomp ook na de invoering van de belastingverlaging kan variëren.

Extra ontlastingspremie voor werknemers

Naast de brandstofmaatregel werd ook een regeling aangenomen waarmee werkgevers hun werknemers financieel kunnen ondersteunen. Werkgevers mogen een belasting en premievrije premie van maximaal 1.000 euro uitkeren aan hun personeel.

Volgens de Duitse Bondsdag is het daarbij belangrijk dat deze premie bovenop het bestaande loon wordt betaald. Het bedrag mag dus niet worden gefinancierd door bijvoorbeeld een verlaging van het salaris. De regeling is bovendien vrijwillig voor werkgevers en kan worden toegepast tot 30 juni 2027.

Tegelijk klinkt er in Duitsland ook kritiek op deze maatregel. Omdat werkgevers zelf moeten beslissen of zij de premie betalen en ook zelf de kosten dragen, is het niet zeker dat alle werknemers er daadwerkelijk van profiteren. Critici wijzen erop dat de overheid hiermee wel een belastingvoordeel mogelijk maakt, maar dat bedrijven eerst over voldoende financiële ruimte moeten beschikken om de premie überhaupt te kunnen uitkeren. In die zin wordt de regeling soms vergeleken met een uitnodiging voor een feest waarbij uiteindelijk iemand anders de rekening moet betalen. Vooral kleinere bedrijven en sectoren met lage marges zouden daardoor mogelijk geen gebruik maken van de regeling, waardoor een deel van de werknemers niets van de aangekondigde steun merkt.